Virtuoos Concert opent Mozartfestival
in Den Haag

 

Foto’s en tekst Marianne Visser van Klaarwater – 11 september 2015

Op 10 september vond in de Residentie van de Ambassadeur van Oostenrijk de opening plaats van het Mozartfestival. Tot dinsdag 15 september kun je op verschillende locaties in den Haag luisteren naar Mozart – uitgevoerd door zowel professionals als amateurs, gratis en betaald.

Het festival Mozart in den Haag dankt haar ontstaan aan een spontane actie van festivalmanager Ellen van der Sar en voorzitter Jean Pierre de Vos. Ellen: ‘We ontdekten dat het gezin Mozart 250 jaar geleden Den Haag bezocht. In 1765 gaven Wolfgang Amadeus (1756-1791) en zijn vijf jaar oudere zusje Nannerl, een zeer begaafde clavecimbeliste, een concert aan het Haagse Hof. Destijds trok hun vader Leopold Mozart met zijn twee wonderkinderen en zijn vrouw in een koets door Europa.’

 

Graaf

Het Mozartfestival gaf het openingsconcert de titel In den Haag daar woont een Graaf. Op het programma stonden niet alleen composities van Mozart, maar ook van de Duitser Christian Ernst Graf. Dankzij hem genoot het Haagse hof In de tweede helft van de achttiende eeuw een goede muzikale reputatie. Graf dirigeerde ook het concert van de kinderen Wolfgang Amadeus en zijn zusje. Zijn compositie Laat ons juichen Batavieren inspireerde Wolfgang Amadeus tot het schrijven van enkele variaties voor klavier.

 

Camerata Delft

Bevlogen beroepsmusici van Camerata Delft verzorgden het bijzondere sfeervolle openingsconcert van het festival Mozart in den Haag. Vooral het fluitspel van Imre Rolleman was indrukwekkend. Quirine van Hoek en Machteld van Delft speelden foutloos het door Graf gecomponeerde duo economique. Een lastig stuk omdat twee violisten samen slechts ėėn viool bespelen.

 

Andrew Clark

Het concert kreeg een eigentijdse uitvoering dankzij het arrangement van Andrew Clark. Nu bespeelde hij het klavecimbel, maar in 2009 was hij te horen als klavecinist in het Prinsengrachtconcert. Andrew noemt Mozart vooral subtiel. ‘Door zijn werk te arrangeren kom je heel dicht bij de noten. Dan ontdek je dat Mozart echt speelde met de muziek. Hoe hij heel attent iets erbij schreef of juist erbuiten liet. Dan duik je in een heel sprankelende wereld.’

 

Carillon

Het festival verbindt de muziek van Mozart met al het andere aanwezige in den Haag. Zo speelt Gijsbert Kok tijdens de reguliere speeldagen werken van Mozart en zijn tijdgenoten op de beiaard van de Grote Kerk in Den Haag. Tijdens de opening van Mozart in Den Haag ontving Gijsbert een nieuws Haags beiaardsboek met daarin bewerkingen van Mozarts composities voor beiaard. Tijdens de speeldagen zal Gijsbert deze laten horen.

Het openingsconcert van Mozart in den Haag vormde een goede start voor 6 dagen Mozart in den Haag.

Tip: Ook het Haagse museum wijdt aandacht aan Wolfgang Amadeus Mozart.

 

 

Een Johannes Passion die blijft hangen

 

Verslag van Ton Milani in de ‘Korenbrief’ van april 2015 van de FDZ – Federatie van Delftse Zangkoren – over Bach’s Johannes Passion op 21 maart 2015, onder leiding van Bas van Houte.

Met de klok mee

Celliste Lotte Beukman

Marie Anne Jacobs – alt

Pilatus 1 (tweede van links op achterste rij)

Op het moment dat ik dit schrijf heb ik nog het prachtig zingende ‘Delft Blue’ in mijn hoofd. Wat een mooi stemmenmateriaal heeft men daar, wat een klasse. Wat jammer dat zo’n uitvoering maar eenmalig is. Een groter compliment kan ik dit koor niet geven. Het was voor het laatst dat in het kader van de Delftse Paastraditie een Bachpassie werd uitgevoerd. Een traditie die helaas stopt, maar dan wel met een hoogtepunt!

 

Geheel Delftse uitvoering

Terecht wees voorzitter Duisterwinkel in zijn openingswoord en in het programmaboekje er trots op dat zowel koor als muziekensemble uit de eigen stad afkomstig waren. Delft Blue heeft daarbij gehoor gegeven aan de wens van velen om een Delfts koor door een Delfts orkest te laten begeleiden. Dat komt nog te zelden voor in onze stad. Gekozen was voor ‘Collegium Delft’, een professioneel ensemble dat zijn basis vindt in het kamermuziekgezelschap ‘Camerat Delft’. Men speelde in een kleine bezetting van 3 violen, 4 blaasinstrumenten, 1 cello, 1 contrabas en een theorbe, dat alles aangevuld met een orgel. Een bezetting die zeer goed paste bij de omvang van het koor (32 zangers). Al bij het begin van het openingskoor hoorde ik dat het bij dit ensemble wel goed zat. Ook de instrumentale soli waren zonder uitzondering allen heel mooi. Het was wel even schrikken om bij de aria ‘Es ist vollbracht’ een cello te horen i.p.v. een viola da gamba. Maar dat wende snel en Lotte Beukman vertelde me dat ze momenteel hard studeert op de viola da gamba. Mede dankzij haar en ook natuurlijk dankzij de heerlijke alt Marie Anne Jacobs werd deze aria samen met ‘Zerfliesse, mein Herz’ door sopraan Klaartje van Veldhoven en die verrukkelijke fluiten hoogtepunten van de uitvoering.

 

Delft Blue

Dit al sinds 1991 bestaande Delfts kamerkoor zingt klassieke muziek van middeleeuwen tot nu. Het heeft zich door de jaren heen een reputatie verworven vanwege de hoge kwaliteit. Ook vanavond werd weer blijk gegeven van die hoge kwaliteit. Sinds vorig jaar werkt ‘Delft Blue’  in projecten en kiest daarbij voor elk project een andere dirigent. Dit keer voor dirigent Bas van Houte. Hoewel dat riskant zou kunnen zijn voor een koor, werkt dit bij ‘Delft Blue’ heel goed. De koorklank in de koren en koralen was steeds mooi. En ondanks of misschien wel dankzij dat de verschillende stempartijen door elkaar stonden, klonk alles heel transparant en muzikaal. Of het nou om de forti ging in de dramatische koren of om de pianissimi zoals in ‘Eilt, eilt’, het stond allemaal als een huis. Een bijzonder compliment aan de sopranen van ‘Delft Blue’, hoe hemels, zuiver en helder klonken deze engelen.

 

Altijd maar weer vergelijkt men de Johannes Passion van Bach met diens Matthäus Passion. De dirigent, Ton Severijnen en enkele andere koorleden deden dat ook uitvoerig in het programma. Waarom toch? Moet de Johannes zich nog steeds bewijzen tegenover zijn grotere broer? Nee toch? Beide zijn onvergelijkelijke meesterwerken. Delft Blue heeft door deze geweldige uitvoering wel bewezen dat de Johannes Passion een onbetwist meesterwerk is.

 

Solisten

De vijf solisten pasten heel goed bij de kwaliteit van koor en orkest. Tenor Daniel van Kessel gaf getrouw verslag van de gebeurtenissen, betrokken en expressief, zoals bijvoorbeeld in het weinen van Petrus. Ondanks een kleine stemaandoening bleef hij helder klinken. De sopraan en alt noemde ik al, zij waren beiden voortreffelijk. De invallende bas, Nanco de Vries, had een dubbelrol. Hij zong zowel de Christus- als de baspartij. Hij deed dat goed, maar verwarrend was het wel.

Het pleit voor het stemmenmateriaal van ‘Delft Blue’ dat men zelf kon voorzien in de kleine rollen van dienstmeid, soldaat, Petrus en Judas. Voor Pilatus had men zelfs twee zangers. Waarom eigenlijk twee? Men legde mij uit dat deze twee allebei zo graag wilden. Dat snap ik, maar logisch is het niet.

 

Eind van de Delftse passietraditie?

Zo ziet de gemeente dat. Die heeft er geen geld meer voor over. Maar belangrijker dan geld is de ambitie, het enthousiasme en de kwaliteit bij onze Delftse koren. En die was er bij ‘Delft Blue’ in deze Johannes Passion volop! Ik vertrouw er daarom ook maar op dat dit de doorslag zal geven in 2016 en de jaren daarna.

Storm in Scheveningen

 

Intercultural Dialogue and Education – Monday, 14 January 2013 – Posted by Timothy Jones

 

Camerata Delft kick up a storm in Scheveningen

The Camerata Delft is a superb ensemble of ten professional musicians based in the Netherlands. I heard them yesterday in a concert celebrating their fifth year of playing together: on this form they should be giving concerts for many more years to come.

I do not know any of the musicians personally but it is quite clear just from one concert that their individual technical facility is prodigious and they communicate with each other with or without a conductor with a deep and shared understanding of the music. I heard the Camerata Delft at the Muzee Museum in Scheveningen in The Hague, a museum which makes use of a 100 seat hall for classical concerts on Sunday mornings. The acoustic in the hall is ideal for chamber music and on this occasion the ensemble made the most of the intimate setting by placing their two singers and occasionally instrumentalists around the room. The programme was billed as Music Old & New, with Baroque high on the list. When I turn up to a concert of Baroque music I fear I am going to have to listen to The Four Seasons or other such chestnuts yet again. Fortunately that was certainly not the case as the programme was  a really intelligent sequence around the theme of the Western wind, the sea and storms  of, on the one hand, 17 & 18 century composers, Telemann (Watermusic), Purcell (Tempest suite), Vivaldi (La Temepsta di mare), Rameau (Zephire suite) and Monteverdi (Zifiro Torna), and works by two living composers, van Deurzen (Uit de Brief) and Clark (Westron Wynde).The playing throughout was excellent, and so was the ensemble, as I have said, and I should not forget to mention also the beautiful singing by Leonore Engelbrecht, soprano, and Hans van Dijk, tenor. The string players are Quirine van der Hoek, Machteld van Delft, Siebe Visser and Lotte Beukman, Elly van Munster, thorbo; Andrew Clark was conductor and harpsichordist, and the wind players are Douwe van der Meulen, oboe and Imre Rolleman, flute. The voices featured in the two contemporary pieces.

 

Patrick van Deurzan, b 1964, uses the theorbo  to accompany the soprano in his Uit de Brief. I enjoyed this piece for its use of 20th century harmonies on a 17 century instrument.  I asked myself whether he wrote the piece for this ensemble and also my mind wandered slightly into imagining the same music played on a guitar: would there have been a touch more warmth in the sound? Westron Wynde, conducted by the composer Andrew Clark, b 1956, stole my heart. The writing, for string quartet, oboe, flute and yes, theorbo and soprano and tenor, was exquisite and I was deeply moved, and I was not the only one in the hall I am sure. The text is taken from the 16 century, as far as I can understand, and the use of vocal sounds to conjure the whoosh of the wind to top and tail the piece, and the beautiful  use of the two voices, placed around the room to create an echo effect, was powerful. Those of us who attended Sunday’s concert were especially privileged: I understand this was the third concert by the ensemble in the same weekend, after performances in Delft and Rotterdam. So we were witnesses of that precious and unique point in a work’s history where it is still absolutely fresh and new, yet is well enough known and performed to be a fully realized performance.I will now search out more music by Andrew Clark: I want to hear more, and if I can hear his music played by Camerata Delft, so much the better.

 

 

Verliefd op oude muziek

Camerata borduurt voort op oude meesters – woensdag 11 januari 2012 AD editie DELFT – Foto Ronald Fleurbaaij – door Jesse Budding

 

Lotte Beukman: ‘Het is leuk om de muziek met elkaar te ontdekken’.

 

DELFT • Spaans vuur, Duitse dromen, Engelse melancholie, Nederlandse nuchterheid en Franse elegantie. Camerata Delft is van veel markten thuis. In de Oud-Katholieke Kerk geeft het ensemble vrijdag zijn eigen interpretatie aan fantasieën van beroemde componisten.

Goede voornemens voor 2012? ‘Ja die hebben we,’ verzekert celliste Lotte Beukman, oprichtster van het ensemble Camerata Delft. ‘We gaan veel in teamvorming investeren. Tijdens een studiedag willen we op één lijn komen en daardoor nog mooier en sprankelender gaan klinken. Immers, als we elkaar beter begrijpen, zijn we meer op elkaar gericht en kunnen we beter op elkaar reageren. Dat betekent: openstaan voor wat je hoort, maar ook initiatieven nemen. En hoe meer je je vertrouwd voelt, hoe sneller dat gaat natuurlijk.’

En daar blijft het niet bij. ‘We willen het ook het eens worden over de te volgen muzikale lijn. We laten ons ook niet gek maken door de negatieve berichtgeving over cultuur. Gewoon ons eigen ding blijven doen.’

 

Icoon

Het ensemble van beroepsmusici – volgens de burgemeester een icoon voor de stad – kent een voorliefde voor oude muziek: zestiende tot en met achttiende eeuw. ‘Maar bij ons neemt iedereen ervaringen mee uit andere muziek,’ zegt Beukman. ‘Een van onze leden speelt bijvoorbeeld ook in het Nederlands Kamerorkest, een ander in een ensemble voor hedendaagse muziek.’

Camerata Delft put overmorgen uit het werk van componisten als Sweelinck, Gibbons en Vivaldi. Met de nodige verbeeldingskracht brengen zij dat dus ten uitvoer, maar dat betekent nog niet dat zij hun fantasie de vrije loop laten. ‘We spelen de noten van toen,’ verduidelijkt Beukman. ‘Maar die kunnen op zoveel manieren worden uitgevoerd. We blijven trouw aan de noten, maar veroorloven ons wel die langzaam of zacht te spelen. Er zat toen namelijk nog geen tempoaanduiding in de muziek. En een woord als allegro kan behalve snel ook luchtig of vrolijk betekenen. De betekenis is voor de een dus anders dan voor de ander. Dat is leuk om met elkaar te ontdekken. Telemann maakte fantasieën voor onder meer fluit, maar die laten we dus door een hoboïst spelen. Op het thema La Folia schreef Vivaldi wel twintig variaties – we spelen ze allemaal. En we wisselen af: sommige passages spelen alleen strijkers, andere alleen blazers.’

De komende concerten treedt Camerata Delft op met nagenoeg het hele ensemble. Beukman: ‘Dat maakt het voor ons extra spannend en teamvormend.’

Vrijdag, 20.30 uur, Oud Katholieke Kerk; kaarten: Dol’s Muziekhandel, Binnenwatersloot 18a.

De lekkerste voor het laatst bewaard

 

Camerata Delft & Luci serene, ‘Jauchzet’ december 2010 – J.M. van Marrewijk

 

‘Welkom bij dit kerstconcert in echt winterse sfeer’, begroet klavecinist Andrew Clark iedereen die door de sneeuw is gebaggerd. ‘U krijgt van ons vanavond allemaal kleine, gevulde kerstbonbons.’ Clark zag als enige thema in het programma de chronologie: eerst een uiting van bescheiden vreugde wanneer Maria, dienstmaagd des Heren, de lof zingt van God de Vader. Gevolgd door het geboorteverhaal en de verspreiding van het nieuws doorheen de destijds bekende wereld. Het Oude Westen dus, met verrukkelijk werk uit Italië, Frankrijk en de Duitse landen. Zelfs uit Deventer, Hanzestad aan de benedenrijn. Om te laten horen hoe Sweelinck meende dat de blijde boodschap klonk, die engelen aan de herders te verkondigen hadden.
Camerata liet ook ruimte voor anonieme, traditionele gezangen en (opnieuw gearrangeerde) carols. Maar betoonde zich vooral op dreef in het titelgevende stuk van Bach uit de volle Barok. Met een hoofdrol voor trompettist Floris Onstwedder, wat mij betreft, de smakelijkste tractatie.

 

Meteen al bij de opening schitterde Floris Onstwedder (17; Jonge Musicus 2010): G. Torelli (1658-1709), Trumpet Concerto in D. Juist afgezet tegen het kalme continuo en de bijdrage van alle strijkers, celliste Lotte Beukman voorop. Zij stond aan de wieg van Camerata Delft.

Pruikdrager F. Couperin (1668-1733) schreef zijn magnificat als motet voor twee sopranen en continuo. Precies pas dus voor Camerata dat beschikt over een krachtige alt, die ook partijen voor mezzo’s beheerst. Zo lieten sopraan Nicole Fiselier en Annette Stallinga het publiekproeven van dit vernuftige stuk, gesteund door alle instrumentalisten behalve de trompet.

 

De geboorte van het Christuskind inspireerde achtereenvolgens Franse (M.A. Charpentier, 1636-1704), Duitse, (J.S. Bach, 1685-1750, Bereite dich Zion met Nanette van Nes op hobo d’amore, en opnieuw de Italiaanse Torelli tot geheel eigen vreugdevolle composities.

‘Alleen echte Engelsen ontbreken, misschien omdat ze daar wat heidens zijn’, grapt Andrew Clark bij het aankondigen van For unto us a child is born. Is weliswaar achttiende-eeuws Engels, maar op muziek gezet door Georg Friedrich Händel (1685-1759) als onderdeel van de Messiah. Werk van deze ‘Engelse’ componist zou na de pauze nog twee keer terugkomen.

Maar psalmist Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1625) beet het spits af, met Angelus ad pastores, (compositie voor alt en strijkers).

En verder, Hodie Christus natus est van L.N. Clérambault (1676-1749). In vier regels wijst de organist/componist op de enorme portee van juist deze geboorte voor de rechtvaardigen.

 

Doordat een nieuwe baby zoiets gewoons is, zijn er in de loop der tijd nog veel meer lofzangen op het heuglijke feit ontstaan. Bovendien werd het telken jare opnieuw gevierd. Camerata Delft signaleerde een aansprekend, anoniem Frans voorbeeld. Trakteerde ons op het vakwerk van Händel, (O lovely peace en een instrumentale Pastorale uit de Messiah). Beide stukkenondenkbaar zonder onopgesmukte fluitmuziek, verzorgd door allround fluitiste Martine van der Spek

Met Jauchzet Gott in allen Landen tot slot, verklankte Camerata vreugde op veel uitbundiger wijze dan de devoot musicerende engelen die flyer en programmaboekje sierden.

 

Cantate valt op zijn plek

 

Uit Delftse Post 3 juni ’09 – Jan van der Mast

 

Gewapend met pen, stift en papier trekken Jan van der Mast (schrijver) en Mark van Huystee (tekenaar) onverschrokken dwars door Delft om verslag te doen van de (vier) Culturele Weekenden. Hierbij een impressie van het eerste weekend: Dagelijkse Rituelen in Delft.

 

Stadscafé de Waag, 10.34: De Kaffee Cantate van Bach is in volle gang. De aan koffie verslaafde Lieschen staat in de deuropening en zingt: ‘Kaffee, Kaffee muss ich haben!’ Haar vader probeert zijn dochter van de verslaving af te helpen door haar een echtgenoot te beloven.

De Cantate uit 1735 valt wonderwel op zijn plek in De Waag. Toehoorders bestellen tussendoor koffie en de blonde serveerster bedient elegant & geroutineerd het cappuccinoapparaat. De cappuccinogeluiden, het gerinkel van schoteltjes en lepeltjes zorgen voor een natuurlijke bedding van de muziek. Bach mag blij zijn met deze vertolking van het Ensemble Camerata Delft.

Een jongetje van een jaar of negen kijkt demonstratief de andere kant uit en applaudisseert niet mee. Had hij liever een Cola Cantate?

Italiaanse passie

 

Voor de orgelkring Jacobus Zeemans presenteerde zich op zondag 20 april 2008 in de historische Raadzaal van Etten-Leur Camerata Delft. Michel Gottmer – voorzitter orgelkring Jacobus Zeemans

 

Het ensemble in een bezetting van klavecimbel, cello, fluit, sopraan en tenor, bracht een programma met werken uit de Italiaanse barokperiode. De beide vocalisten gaven bovendien aan het programma nog een flinke dosis van Italiaanse passie mee, zoals die alleen in Italiaanse barokmuziek kan klinken.

Dat lieten sopraan Jeanneke van Buul en tenor Hans van Dijk met overtuiging horen in werken van Steffani, Albinoni en Scarlatti.

Zeer fraai klonk ook het Duet ‘Caro autor di mia doglia’ van Händel (In Italiaanse stijl).

Jeanneke van Buul gaf blijk over een goede techniek te beschikken en in alle registers de nodige souplesse te hebben. Hans van Dijk heeft een aangenaam timbre uitstekend passend in dit repertoire.

De instrumentalisten lieten zich horen in een sonate voor fluit en basso continuo van Locatelli, heel fraai gespeeld door Martine van der Spek.

Celliste Lotte Beukman maakte indruk door haar weergave van Ricercare no. 6 van Domenico Gabrielli.

Albert Moerman toonde zich een betrouwbaar en attente continuospeler en gaf als organist een gave uitvoering van enkele delen uit Zipoli’s Sonate d’Intavolatura.

Resumerend: Camerata Delft liet zich horen als een goed in balans klinkend ensemble met veel aandacht voor articulatie en frasering in combinatie met verfrissend musiceren.

Wij willen ze graag nog eens in onze concertreeks terug horen!

Oren op steeltjes

 

Concert: de temperamenten van Telemann, door Camerata Delft.

Gehoord: zaterdag 19 januari 2008, Oud-Katholieke Kerk, Delft. Marijke de Raadt

 

Als luisteren geluid maakt, dan moet het klinken zoals de muziek van Camerata Delft. Met hun programma ‘De temperamenten van Telemann’ presenteerde dit gloednieuwe kamerensemble zich voor het eerst aan publiek, op zaterdag 19 januari in de Delftse Oud-Katholieke Kerk.

 

Lange tijd heb ik gedacht dat een basso continuo één instrument was. Bij Camerata Delft is dat ook zo. Oprichters Lotte Beukman (cello) en Albert Moerman(clavecimbel) vormen met hun vanzelfsprekende gelijkgestemdheid de inspirerende basis van het ensemble. Als door een draadje verbonden leggen zij de ondertonen neer als vruchtbare aarde, waarop de andere stemmen alle ruimte krijgen om te bloeien.

En dat doen deze met veel elan en elegantie. Sopraan Jeanneke van Buul heeft een prachtige natuurlijke stem die zowel zachtomfloerst als krachtig goed tot zijn recht komt. Hoboiste Nanette van Nes en fluitiste Martine van der Spek zijn wonderschoon op elkaar ingespeeld en scheppen een kleurige klankentuin, waarin het heerlijk toeven is. En dat terwijl de laatste maar één repetitie heeft meegedaan, als vervanging van de vaste fluitiste. ‘Gewoon goed luisteren!’ was haar reactie na afloop op alle loftuitingen.

En dit lijkt ook precies het geheime recept te zijn van Camerata Delft. Tijdens het spelen zíe je ze luisteren. Vooral Lotte Beukman lijkt met oren op steeltjes iedere beweging op te nemen en verder te dragen op genuanceerde, invoelende wijze. Volledig dienstbaar aan het geheel laat zij pas in het solostuk Fantasia in Es na de pauze haar individuele expressie de vrije loop; virtuoos en doorleefd, maar ontdaan van elk vertoon.

Dit laatste kan tevens als enige punt van kritiek genoemd worden: alle ensembleleden komen wel wat introvert over. Er wordt heel serieus gekeken en bij applaus besmuikt gelachen naar het publiek en elkaar. Wanneer het ensemble na dit geslaagde debuut onvermijdelijk door gaat breken, zou nog wel wat gewerkt kunnen worden aan houding en gezichtsexpressie. Aan de andere kant is dit naar binnen gekeerd zijn misschien juist voorwaarde voor hun opvallend fraaie samenspel. Een teveel aan ego en uiterlijkheid zou hier alleen maar afbreuk aan doen. Moge Camerata Delft ook te midden van het klatergoud van de roem dit ademende, luisterende geluid behouden.

 

Camerata Delft verzorgt concert
Op Hodenpijl

 

Uit: De Schakel Midden-Delfland donderdag 17 januari 2008

 

Schipluiden – Zeven bevlogen musici zullen eeuwenoude muziek als nieuw ten gehore brengen. Zij hebben daarvoor bijzondere locaties uitgezocht. Eén daarvan is het kerkje Op Hodenpijl in Schipluiden. Albert Moerman (klavecimbel/orgel) en Lotte Beukman (cello) ontmoetten elkaar tijdens de uitvoering van de Lucaspassion in Naaldwijk alweer enkele jaren geleden. Muzikaal klikte het goed en ze besloten een eigen ensemble te gaan opzetten. Beiden hebben een passie voor oude muziek en daarom zochten zij mogelijkheden waar deze aansprekende spirituele muziek nog beter tot zijn recht zou komen.

 

Albert Moerman is geboren in Den Hoorn, hij kreeg de eerste orgellessen van zijn vader die organist in Maasland was. ‘Het orgel in de kerk in Maasland was een waanzinnig instrument. Helaas is het door de inslag van een vuurpijl verloren gegaan.’ Na de middelbare school ging Albert naar het conservatorium in Rotterdam, daarnaast volgde hij masterclasses en cursussen in het buitenland, vooral op het gebied van de oude muziek. Ondanks het feit dat Albert eveneens uit de tijd van de romantiek en moderne muziek speelt, bleek zijn liefde voor oude muziek onaangetast. Hij leerde veel van de lessen die hij in Frankrijk volgde bij Marie Claire Alain en speelde in ensembles orgel, piano of klavecimbel. Albert Moerman is coördinator van de afdeling muziek aan De VAK, centrum voor de kunsten, in Delft.

 

Lotte Beukman komt uit Voorburg. Als kind werd zij al gegrepen door de barokmuziek en Bach. Op het conservatorium werd zij automatisch een bepaalde muziekrichting in gestuurd, maar zij behield haar passie voor oude muziek. Op een dag werd zij benaderd door iemand die een cello uit 1750 bezat uit een erfenis. Lotte kreeg het kostbare instrument in bruikleen en zette er darmsnaren op. De bijzondere cello leent zich uitstekend voor de concerten van oude muziek. Zij speelde in symfonieorkesten voordat zij geïnspireerd werd door continuo spelen.

 

Samen met Jeanneke van Buul, sopraan, Hans van Dijk, tenor, Roosje Reumkens-Dilling, viool, Nanette van Nes, hobo en Lucie van Oortmerssen, fluit, vertolken Albert Moerman en Lotte Beukman als ‘Camarata Delft’ muziek van Georg Philipp Telemann (1681-1767), volgens het Guiness Book of Records de meest productieve componist aller tijden. Voor zijn composities experimenteerde Telemann met diverse stijlen uit zijn tijd. Hij richtte meerdere orkesten op, schreef o.a. huismuziek en drie autobiografieën.

Camarata Delft brengt onder andere cantates, instrumentale solo’s, een triosonate en een cantate ter verheerlijking van het herdersleven ten gehore. Samen zoeken de musici naar de verhalen achter de noten. Door de bezetting te variëren worden afwisselende programma’s samengesteld waarbij ruimte is voor hecht en levendig samenspel maar ook voor individuele expressie.

 

Camerata Delft toont zich mild en omfloerst

 

Gehoord: Zondag 1 februari Bagijnhof Delft – Camerata Delft – Werken van Purcell, Dowland, Haendel, Pepusch, Arne en Locke – Stephen Westra

 

De witte Madonna met kind kijkt met vriendelijke gelaatsuitdrukking op hen neer. Ja, het is goed zoals het is. Wat spelen ze fraai, wat is hun bezieling groot! Dit kun je wel aan de mensen overlaten… Het was in een volle Oud-katholieke Kerk aan het Bagijnhof. Op het platje voor het altaar gaf Camerata Delft zondagmiddag het slotconcert van zijn tournee ‘Music for a while’.

Ik heb ervan genoten. Het programma was, zoals bij alle projecten van het ensemble dat nu een jaar bestaat, fraai geposeerd rond één thema. De Melancholia Britannica, ofwel: de Britse melancholie, die de Engelsen in de roerige zestiende en zeventiende eeuw in zijn greep hield. Het was er toen politiek gezien een puinhoop. Maar, karakteristiek, men reageerde gelaten, de kunsten in die tijd zijn doortrokken van zachte melancholie, mild en omfloerst. Camerata Delft heeft dit mooi opgepakt. Mild en vriendelijk klinken hun Dowland, Purcell en Locke – het is  muziek, om een Purcell-lied te citeren, ‘Sweeter than roses.’

Als er iets is wat de Camerata karakteriseert, is het wel onnadrukkelijkheid. Dat geldt zelfs voor het meest extraverte element, de zangeres Leonore Engelbrecht. Zelden hoor je een zangeres wie alle opzichtigheid, aanstellerigheid, schelheid zo vreemd zijn als haar. Haar strakke edele toon, vibratoloos en vol is een kuis genot – wat de luisteraar een probleempje oplevert, want als het over rampspoed en terneergeslagenheid gaat hoor je niet te gaan zitten genieten natuurlijk. Dezelfde edele kwaliteiten dicht ik traversospeelster Martine van der Spek toe. Ook hier zo’n kernachtige klank, eenvoudig, puur muziek en niets meer of minder.

Men kon zo met die belaagde Engelsen meeleven. Toch was het ook goed, dat na de pauze uitbundiger elementen binnenslopen. Het opera-achtige van Thomas Arne’s cantate Cymon and Iphigenia maakte nieuwe krachten los. Het leek of men zich even van melancholie bevrijdde en ontspande. Want misschien dat Camerata Delft soms iets te zorgvuldig en daardoor voorzichtig wil zijn. Deze cantate werd voor mij het hoogtepunt, samen met een triosonate van Pepusch, bijzonder energiek en bezield gespeeld. Of was toch het allerlaatste onderdeel, een lenig toneelmuziekje van Purcell met steeds herhaalde baslijn, puntig aangegeven door celliste Lotte Beukman, het mooist?

 

(Stephen Westra is recensent bij Klassieke Zaken, redacteur bij Muziekcentrum Frits Philips Eindhoven, freelance publicist en componist.)

 

Door de ogen van een luisteraar

 

Vivaldi’s Venster in ’t Woudt – J.M. van Marrewijk (Anna)

 

Camerata Delft bestaat pas sinds 2007 en programmeerde eigenzinnig net even ándere werken van Antonio Vivaldi (1678-1741) om het publiek te laten horen dat deze componist veel creatiever productief is geweest dan waar hij zijn bekendheid aan dankt, het vioolconcert De Vier Jaargetijden uit 1725. Het ensemble maakte een weloverwogen keuze, bleek bij de opvoering afgelopen zaterdagavond in het kerkje van ’t Woudt. Het publiek reageerde geestdriftig. Een recensie.

 

Een snelle, opzwepende dans fungeert als openingswerk: ‘La Folia’ voor fluit, hobo en klavecimbel in combinatie met cello (‘basso continuo’). Fabuleus samenspel en een lust om te zien hoe de vier uitvoerenden hun oren spitsen en ogen richten op de fluitiste Martine van der Spek. Gelijk een Rattenvanger van Hamelen leidt zij deze avond bij vele stukken de anderen zwierig naar het slot. Na deze Triosonate volgt een kort instrumentaal werk, bestaande uit twee adagio’s en daarmee contrasterende allegro’s. Vóór de pauze is eerst nog een hoofdrol weggelegd voor respectievelijk de cello (in een van Vivaldi’s negen cellosonates), en voor de fluit (‘Il Gardellino’, de goudvink). Strijkinstrumenten en de trefzekere klank van klavecinist Albert Moerman geven dit vrolijke stuk een stevige basis.

In de pauze krijg ik de heer Van der Kley te spreken, die vertelt waarom het initiatief tot de Zomeravondconcerten is hernomen.‘Van 1971 tot 2001 trokken de concerten in ’t Woudt luisteraars uit de wijde omgeving en vorig jaar kwam de roep om zoiets opnieuw te doen. Wel, het resultaat kunt u zien: dit seizoen hadden we in alle vijf zomermaanden concerten met musici van naam. Dit is het slotconcert, ja. Het Comité Kerkconcerten ’t Woudt is blij dat telkens zoveel liefhebbers van muziek op de sfeervolle concerten zijn afgekomen.’

Na de pauze staan er twee stukken op de speellijst, beide vroege werken (rond begin achttiende eeuw). Het hoogtepunt vormt wat mij betreft Laudate Pueri, (psalm 112 en 113). De Latijnse tekst wordt voorbeeldig gezongen door tenor Hans van Dijk en valt uitstekend mee te lezen in het programmaboekje. Alle lof voor dit zorgvuldig uitgevoerde drukwerk, keurig!

Na afloop van het concert stroomt het publiek naar Koffiehuis de Hooiberg om nog even na te praten en zich alvast te verheugen op voortzetting van dit initiatief.

CAMERATA

COLLEGIUM

Welke recensie wilt u lezen?